Posts tonen met het label klassikaal onderwijs. Alle posts tonen
Posts tonen met het label klassikaal onderwijs. Alle posts tonen

1.4.08

Niets werkt altijd. Is zelfstandig leren beter dan een klassikale aanpak?

Door Jos Cöp

Het onderwijs in de klas kan op vele manieren ingericht worden. Het ene uiterste is de klassikale benadering, waarbij de leerstof aan de hele groep tegelijk wordt aangeboden en kinderen in de verwerking een beperkte tijd zelfstandig zullen werken. Dit kan een prima werkwijze zijn, maar bij nogal wat scholen werkt deze manier van werken steeds minder omdat de verschillen tussen kinderen in de groepen simpelweg te groot zijn. De onderwijsbehoeften verschillen teveel, waardoor kinderen boven of onder hun niveau aangesproken worden en daardoor afhaken. Het resultaat: een weinig effectieve les die snel onorganiseerbaar kan worden.
Het andere uiterste is de individuele benadering, waarbij iedere leerling zelfstandig werkt aan eigen taken en hierbij afzonderlijk ondersteuning krijgt. Geen gemakkelijke opgave voor een leerkracht en de gevaren van didactische verwaarlozing, doelloos zelfstandig werken en gebrek aan instructie liggen nadrukkelijk op de loer. Ook deze inrichting van het onderwijs kan gemakkelijk ontaarden in een weinig effectieve en onorganiseerbare klassensituatie.

De discussie tussen de aanhangers van beide inrichtingswijzen is interessant, maar tegelijk een vergeefse zoektocht naar die ene massa-oplossing die altijd werkt. Overal in onze samenleving is waar te nemen massa-oplossingen juist plaats maken voor een meer flexibele oplossingen die beter afgestemd kunnen worden op de behoeften van mensen. Denk bijvoorbeeld aan de 24 smaken koffie in de supermarkt, het persoonlijke hypotheekadvies, de zorg op maat-benadering van zorgverzekeraars en het televisiekanaal voor hondenbezitters. Het onderwijs is een deel van deze samenleving en ook de onderwijsleerbehoeften van kinderen verschillen behoorlijk. Het is de uitdaging voor iedere school om hier flexibel mee om te gaan, zonder het meest belangrijke, het bieden van onderwijs van uitstekende kwaliteit, uit het oog te verliezen.

Onderwijsmethoden kunnen scholen daarbij helpen door een kwalitatief hoogstaand basisprogramma te bieden en op een organisatorisch goed doordachte manier aan te bieden. Hierbij is flexibiliteit een voorwaarde, want daardoor wordt een methode precies wat het moet zijn: een passend hulpmiddel dat een leerkrachten veel werk uit handen kan nemen. Moderne goed doordachte methoden doen dit door een compact basisprogramma aan te bieden. Het betreft leerstof die alle kinderen zullen moeten beheersen conform de kerndoelen die de overheid aan de scholen stelt. Deze leerstof moet dan terug te vinden zijn in het leerlingmateriaal en niet, zoals veel te vaak het geval is, gedeeltelijk zijn opgeborgen in de tekstkolommen van de handleing, waardoor de zelfstandigheid van leerlingen belemmerd wordt. Staat de hele les in het leerlingmateriaal, dan kan de leerstof in drie organisatievormen worden aangeboden: zelfstandig lerend, samenwerkend lerend of begeleid. De keuze voor de best passende werkwijze kan het best gemaakt worden op de plek waar de daadwerkelijke behoeften van de kinderen het best kunnen worden ingeschat. In de klas en door de leerkracht.

In het artikel “Juf, ben ik in beeld? Vijf onderwijskundige voorwaarden voor goed taal- en leesonderwijs” zal nader worden ingegaan op de zaken die uiteindelijk bepalen hoe het onderwijsaanbod zo goed mogelijk kan worden afgestemd op wat kinderen nodig hebben.

16.8.07

Oud of nieuw leren?

Door Jos Cöp

Momenteel woedt er in Nederland een forse onderwijsdiscussie die zich laat karakteriseren door het nieuwe leren versus het oude leren. Op zich een interessante discussie, maar tegelijkertijd ook nagenoeg zinloos omdat het een debat is tussen karikaturen van vormen waarin onderwijs aangeboden kan worden. De voorstanders van het nieuwe leren (kernwaarden: actief leren, authentiek leren) veroordelen het traditionele leren als massaoplossing, waarin de leerkracht klassikaal werkt en doceert aan een groep van dertig leerlingen. Het risico van deze vorm van onderwijs geven is dat met name dat de leerkracht hard aan het werk is, maar dat de leerlingen door een gebrek aan betrokkenheid en uitdaging afhaken. Het is duidelijk dat met het groter worden van de verschillen tussen kinderen deze massaoplossing nog maar onvoldoende werkt.

De voorstanders van het nieuwe leren komen vervolgens met een andere oplossing. De leerlingen moeten zelfstandig leren, aan de hand van opdrachten tot leren komen en de leerkracht kan hen daarbij begeleiden. Maar ook bij deze invulling van leren is het niet moeilijk om vast te stellen waar het mis kan gaan. Niet iedereen is op ieder moment sterk in staat om, zichzelf sturend, nieuwe kennis en vaardigheden op te doen. Dat vraagt motivatie, een passende leerhouding en zelfdiscipline. En als dit niet het geval is, dan is het resultaat nul. Het zogenaamde nieuwe leren kan dus best wel een interessant tegenwicht zijn, maar het gaat mis op het moment dat deze vorm van onderwijs geven als massaoplossing wordt neergezet. Een belangrijk kenmerk van westerse, geïndividualiseerde maatschappijen is namelijk dat de massa steeds minder bestaat er veel meer ruimte is voor het individu. Mensen willen wel behoren tot ‘hun’ groep, maar niet meer tot de massa. En met meer ruimte voor het individu nemen ook wensen, voorkeuren, favoriete leerstijlen en persoonsgerichte aanpassingen toe. Om die reden is de afgelopen decennia het supermarktaanbod zeer divers geworden ('Welke koffie heeft u voorkeur?'), zijn de massamedia zich steeds meer gaan richten op specifieke doelgroepen ('Kijk nu ook naar het themakanaal voor hondenbezitters'), is de flat als massaoplossing voor het wonen in de ban gedaan ('Creëer nu uw eigen droomhuis.') en is de dienstverleningssector, gericht op de persoonlijke behoeften, in omvang geëxplodeerd ('Bel ons voor een persoonlijk hypotheekadvies.').

Het onderwijs is uiteraard een stukje van die maatschappij die demassificeert. De discussie tussen de ene massaoplossing (traditioneel leren) en de andere (het nieuwe leren) is daarom naïef. In het onderwijs van de toekomst zal plaats zijn voor veel verschillende vormen van onderwijs geven, gericht op verschillende doelgroepen. Die behoeften verschillen nadrukkelijk op de kerndimensie: de mate waarin de leeractiviteiten al of niet leerkrachtgebonden worden uitgevoerd. Het ene uiterste van dit spectrum is leerkrachtgebonden begeleid leren (traditioneel klassikaal georiënteerd) en het andere uiterste is niet leerkrachtgebonden zelfstandig leren. De rest van het hele spectrum kun je er ergens tussenin plaatsen. Kortom, het onderwijslandschap wordt steeds leuker en diverser. Alleen zijn sommige bewoners van het landschap nog even gezellig blijven hangen in het 'er is maar één goed antwoord-syndroom'. Oftewel: er is maar één goede manier van onderwijs geven. Helaas zijn daar de woorden oud en nieuw in verzeild geraakt. Onnodig en misplaatst. Laten we het onderwijs gewoon af gaan stemmen op de groep waar het voor bedoeld is. Vervolgens halen we er met behulp van de wetenschap wat minder succesvolle varianten tussenuit. En wat houden we over? Goed werkend onderwijs in verschillende soorten en smaken. Lekker!

5.2.07

Is klassikaal onderwijs vies?

Je zou het bijna denken.

Maar niets is minder waar. Klassikaal onderwijs is geen tragische vergissing die de onderwijsdenkers in de loop der jaren hebben gemaakt. Het is een verworvenheid die in extreme mate bijgedragen heeft aan de huidige kwaliteit van het Nederlandse onderwijssysteem. Jammer dat het zo vaak anders gezien wordt.

Voordat in 1806 het klassikaal onderwijs gemeengoed ging worden, was er in Nederland sprake van hoofdelijk onderwijs. Ieder ‘hoofd’ leerde daarbij in eigen tempo en meldde zich van tijd tot tijd moederziel alleen bij de lessenaar van de onderwijzer. Mede door de enorm grote klassen en de gebrekkige materiële voorzieningen was deze organisatievorm van het onderwijs weinig succesvol. Om daadwerkelijk tot een verbetering te komen, bleek het essentieel om het onderwijs nadrukkelijker te organiseren rond een actief optredende leerkracht. Het klassikale onderwijssysteem was geboren.

Is klassikaal onderwijs ideaal? Nee, om de simpele reden dat een organisatievorm waarin onderwijs wordt aangeboden nooit ideaal kan zijn. Altijd zijn er voordelen en nadelen. Net als bij het kiezen van een woonplaats, het bepalen van een vervolgstudie en het selecteren van je schoonmoeder. Het grote voordeel van klassikaal onderwijs is wel dat een groot aantal leerlingen tegelijkertijd kan profiteren van uitleg, begeleiding en andere vormen van ondersteuning van een leerkracht. Iets dat in een situatie waarin kinderen alleen maar zelfstandig leerstof doorwerken maar beperkt het geval kan zijn.

Maar ook klassikaal onderwijs kent zijn uitwassen. Het kan verworden tot een schouwspel waarbij de leerkracht zich te pletter praat, zonder in de gaten te hebben dat de leerlingen reeds in het begin van zijn monoloog de betrokkenheid verloren en afhaakten. De opbrengst van de leeractiviteit is dan om precies te zijn nul. Niet meer en niet minder.

De kern van een effectieve organisatievorm in de klas is nauw verbonden met het woord actief. Actief leren om precies te zijn. En hoe leren kinderen actief? Daarin zijn belangrijke verschillen waar te nemen. Sommige kinderen doen dit door vooral zelfstandig te leren, terwijl andere juist gemotiveerd en geprikkeld blijven als ze voortdurend geïnspireerd en begeleid worden door een leerkracht.

Wat betekent dit voor het taalonderwijs en de methoden die hierbinnen gebruikt worden? Dat is eigenlijk heel simpel. Zoek het in de organisatorische veelzijdigheid. Kies voor een methode die zo adaptief in elkaar zit dat de organisatievorm van de lessen afgestemd kan worden op wat de individuele leerlingen nodig hebben. Het moet dus mogelijk zijn om kinderen zelfstandig door de lessen te laten gaan (individueel of samenwerkend met een ander kind), maar exact dezelfde les moet ook begeleid (klassikaal of aan een groepje) aangeboden kan worden. Het bewijs dat het kan, leveren de methoden Taal in beeld en Spelling in beeld.

En wat is het uiteindelijke resultaat? Juist ja, de feitelijke keuze voor organisatievorm waarin de les gegoten zal worden, wordt op de juiste plaats genomen. Dichtbij de kinderen, met kennis van hun sterke en zwakke kanten en rekening houdend met hetgeen de voorbije lessen wel of niet succesvol was. Kortom, de verantwoordelijkheid ligt weer waar ze hoort te liggen, daar waar alle noodzakelijke informatie samenkomt, daar waar het onderwijs een hart krijgt! Inderdaad, bij u, de inspirerende leerkracht.